De tuinbouw is een grote sector. Op de bedrijven is veel productiewerk, werk dat vaak sterk seizoensgebonden is.
De komende jaren ontwikkelt de gehele tuinbouw zich naar een steeds meer autonome teelt. Door robotisering, digitalisering en kunstmatige intelligentie is handmatige arbeid dan vrijwel overbodig. Robots en machines voeren steeds vaker de zware en repetitieve oogst- en gewaswerkzaamheden uit. Zo wordt het arbeidsproces gemoderniseerd en verandert de arbeidsbehoefte. Zeker de ontwikkeling van oogstrobots kan een flinke versnelling opleveren. Deze ontwikkeling kost echter tijd en geld.
Ook door AI-technologieën gaan menselijke arbeid vervangen of verminderen (efficiënter maken). Denk hierbij aan gewasmonitoring op ziekten en plagen of klimaatregeling. Deze innovatie kan veel meer data vergaderen en verbanden leggen dan mensen. Dat biedt mogelijkheden om de teelt naar een hoger plan te tillen. AI-technieken kunnen ook meer waarnemen dan de menselijke zintuigen.
De tuinbouwsector probeert daarnaast ook het beschikbare arbeidspotentieel in Nederland zo goed mogelijk in te zetten. Bijvoorbeeld door herintreders, gepensioneerden, statushouders, mensen met een ondersteuningsbehoefte (lichamelijke of geestelijke beperking) en uitkeringsgerechtigden in te zetten. De sector biedt hen een passende baan aan in samenwerking met hun begeleidende organisaties. Deze groepen worden geworven op basis van motivatie en talent.
In 2050 wil de sector vrijwel volledig geautomatiseerd de producten telen die Nederland, groener, gezonder en gelukkiger maken.